Dèr Mouw op muziek


Johan Andreas Dèr Mouw heb ik leren kennen door zijn gedichtenbundel die in mijn zusjes boekenkast stond. Tijdens haar studie Nederlands werd deze dichter uit de 19e eeuw behandeld, een dichter wiens gedichten als redelijk ontoegankelijk beschouwd zouden kunnen worden. Toen ik op mijn gitaar een paar duistere akkoorden achter elkaar zette, zocht ik een bijpassende tekst. Bij Kirsten (mijn zusje) vond ik de tekst 't is laat al in de nacht en meteen vond ik het bij mijn gitaarmelodie passen.

Zo ben ik begonnen Dèr Mouw op muziek te zetten. En nadat ik er één had, heb ik nog meer gedichten van Dèr Mouw op muziek gezet.

Dèr Mouw heeft mij een optreden in Bologna opgeleverd: ik mocht komen zingen bij de presentatie van een Italiaanse vertaling van Dèr Mouw's gedichten.

Dof Violet is een schaatsgedicht - en door mij gezongen: een schaatslied. Veel mensen heb ik horen zeggen dat ze het mijn mooiste nummer vinden. Door de mooie gitaarbegeleiding en prachtige tekst...

Gedichten van Johan Andreas Dèr Mouw ("Adwaita") op muziek


Johan Andreas Der Mouw

Dof violet




Dof violet is 't west en paarsig grijs.
Nog wandel 'k door het zwaar berijpte gras,
En hoor naast me op de vaart het fijn gekras
Van schaatsen over 't hol rinkelend ijs:

Ik heb 't gevoel, of 'k op 't bevroren glas
Cirk'lend, zwevend, zwenkend op kunst'ge wijs,
Met 't buigend bovenlichaam daal en rijs:
'T is in mijn rug, of 'k zelf op schaatsen was.

Zo hoop 'k dat, langs wiens geest mijn verzen glijen,
Alleen, in paren, of in lange rijen,
Schomm'lend op maat en rijm van hollands staal,

Dat hij de wind, die mij droeg, zelf hoort waaien,
En 't fijn slieren en 't heerlijk brede zwaaien
Voelt van zijn eigen stemming in mijn taal.




Laat al in de nacht



'T is laat al in de nacht. Doodstil is 't huis.
Niets hoor 'k dan klokgetik en gasgesuis.

Met dwaze drukte zie 'k de slinger gaan,
Opglanzend, doffer glimlicht, af en aan.

'T is, of me in 't kleine, domme ding verscheen
De wijze tijd, en ernstig knikte: Neen.

De tafel ligt vol opgeslagen boeken:
Mijn leven heb 'k vermorst met wijsheid-zoeken.

De bladengolving lijkt een sneeuwbergketen,
De kille toppen van het mensch'lijk weten.

In 't laagland hoopte ik 't uitzicht-boven wijd:
Steeds wijder welfde zich de oneindigheid.

In blauwe slierten hangt sigarendamp
Als vage mijmeringen om de lamp;

Koud valt het licht uit grijs omwolkte kap
Op sneeuwgebergt' van starre wetenschap.

Zoo zat ik iedere avond, jaar na jaar;
Aan kennis heette ik rijk, ik bedelaar.

En 't was, zooals men vaak in droomen ziet:
Je mòèt iets vinden, en je kunt het niet.

'K ga naar 't balkon: lichtkevers op de landen.
Zie 'k hier, daar, ginds, angstige lichtjes branden.

Glimworpje Blijdschap, waagt het op te zweven,
Spartelt zich dood in 't smartenweb van 't leven.

Ontzaglijk straalt Orion's majesteit.
Ik haat, haat, haat zijn ziellooze eeuwigheid.

Glorie van werelden, wat gaat ze me aan?
Die 't meest me liefhad, heb 'k verdriet gedaan.

'T geluk van 't leven heb ik niet geteld:
Die 't meest ik liefhad, heb ik 't meest gekweld.

'K had eens een troost: die ik heb liefgehad,
Bewaart de herinn'ring als een heil'ge schat.

En borende sekonden knaagden stuk
Beider herinn'ring, en mijn grootst geluk.

Tot berusting is ook die smart vergleden.
Dof hoor 'k de zee; ver, als het dood verleden.

En 'k ga weer zitten; luister naar het gas.
En 't is zoo vreemd: net of 'k een ander was.

Onwerklijk staan de dingen om me heen.
Het gaslicht suist. De slinger knikt van Neen.











Vind je de gedichten mooi op muziek gezet? Kijk dan eens op mijn Facebook-pagina Jesse zingt Nederlandstalige gedichten.





Laatste update: 7 maart 2020.